Boeven vangen

by Lieke, politievrouw in Amsterdam on October 16th, 2017

​Lieke, 29 jaar, bijna 11 jaar werkzaam bij de Amsterdamse politie, liefde voor van alles, maar ook voor schrijven, voornamelijk op mijn eigen blog www.liekeschrijft.amsterdam.
StichtingR heeft mij gevraagd om een stukje te schrijven over mijn werk, speciaal voor de Week van Respect. 



​Eén van de eerste dingen die ik leerde in het uniform -nog nat achter m’n oren- is dat respect wel vaak meteen geëist wordt, maar niet vaak wordt gegeven… 

Al bibberend schreef ik mijn eerste bekeuring:
 ’Je lijkt net Bambi die in een koplamp kijkt’. Stoer schreef ik verder, want mijn coach stond vlakbij en ik moest toch laten zien dat ik heus een simpele bekeuring kon schrijven.. ‘Moet je geen boeven gaan vangen, eenstreper!’
De oneliner die ik na die ene keer misschien nog wel 100 keer gehoord heb… in 100 varianten.
Een paar strepen en een boel jaren verder moet ik nog steeds boeven gaan vangen. Ik ben gelukkig niet op m’n Amsterdamse bekkie gevallen en ruim 10 jaar later heb ik op die 100 varianten ook wel 100 leuke antwoorden gevonden. Nat achter m’n oren ben ik al lang niet meer.
Al voelt dat soms wel zo, hoor. Soms kom je in situaties terecht waarbij je denkt: ‘Shit, kan ik even een hulplijn bellen? Kan iemand me het goede antwoord in mijn oor fluisteren? Waar is mijn spiekbriefje!?’
Sta je dan in je uniform…
 
Iedereen verwacht van alles van je en afgezien daarvan verwacht je ook nog eens een hoop van jezelf. Nat achter je oren 2.0 gevoel, kan ik je vertellen.
Of dat je zoveel papierwerk hebt dat je niet weet waar te beginnen en je spontaan zou beginnen met roken terwijl je niet rookt. ‘Kom we gaan even een peukie doen!’
Politiewerk is mensenwerk, een uitspraak die in al die jaren niet met zijn tijd mee is gegaan. Misschien moeten we er een # voorzetten. #Politiewerkismensenwerk. Stuk hipper. Hip of niet, het is wel waar. We zijn allemaal mensen, iedereen is goed op zijn eigen manier, in zijn eigen stukje van ons werk. Iedereen werkt vanuit zijn of haar eigen kracht zeg ik altijd. Iedereen maakt zijn eigen fouten en leert zijn eigen lessen. Dat maakt ons werk tot mensenwerk. 


Ik ga even ongeveer twee jaar terug in de tijd. Ergens eind van de zomer van 2015. We werken met drie collega’s van mijn team, in burger, in het Wallengebied en we hebben een dealer op het oog. Hij is toeristen aan het aanspreken, dat doet hij om zijn neppe drugs te verkopen. Neppe drugs? Ja. 
Op de werkvloer genoemd “nepdope”. Het kan van alles zijn, van vitamine C pil als XTC pil tot een mengsel van wit poeder (fijn gestampte paracetamol bijvoorbeeld) in een mooi wit klein envelopje als cocaïne.
Dikke winst maak je daar natuurlijk op, want toeristen komen naar de Amsterdamse wallen omdat ze denken dat het er walhalla is. Seks, drugs, drank en feesten (tot je zo lam bent dat men je zakken leeg rooft...)
Goed verdienen dus met je nepdope. Maar diezelfde dealers verkopen vaak ook echte drugs aan de verslaafden in de wijk en dat wisten we van de dealer die we op het oog hadden ook.
Een dealer aanhouden voor het aanbieden/verkopen van nepdope, en dan bij zijn fouillering echte drugs vinden, dat is natuurlijk een stuk leuker dan een zooitje vitaminepillen. 


Hoer van Justitie
Tijdens de observatie -om genoeg te hebben om hem aan te houden- loop ik langs en spreekt hij me aan. Niet om me drugs te verkopen -jammer want dat is strafrechtelijk genoeg om hem aan te houden- maar een heel kletsverhaal wat eindigde met zijn telefoonnummer en of we wat gingen drinken binnenkort. Nee, dank je. 

De observatie gaat door. Ik baal als een stekker, ik kan niet meer bij die dealer in beeld komen voor mijn gevoel. Want ook al had ik een mooi kletsverhaal opgehangen en weet ik vrij zeker dat ik niet ‘stuk’ ben (herkend als zijnde politie), moet ik toch voorzichtig zijn… Kort daarop zien we van een afstandje een deal plaatsvinden. Yes! En zie ik ook waar hij zijn voorraadje drugs bewaart, met een mooi woord ‘stash’ of ‘stashplaat’s genoemd. Er zijn geen geüniformeerde collega’s in de buurt wegens vele meldingen in de stad, dus besluiten we hem snel zelf aan te houden.
De dealer gaat niet als een mak lammetje meewerken en doet nog aardig z’n best weg te komen.
 Uiteindelijk winnen we het met zijn drieën wel van zijn flinke spierballen. 

Op het moment dat hij mijn gezicht goed bekijkt, spuugt hij op de grond in de, inmiddels ter plaatse gekomen, politiebus voor transport naar het bureau.
Ik heb een bloedhekel aan spugen, ik krijg liever een stomp voor m’n harses, zeg ik altijd. Dat meen ik oprecht. We staan meteen extra op scherp. Als die mafkees op de grond spuugt, dan is de kans dat hij op ons wil spugen vaak ook groot. Helaas uit ervaring gebleken. 

Maar nee, het wordt vervolgd met de woorden: 
’Gadver, ik hoef dus mooi niks met jou te drinken, hé! Je bent gewoon een lelijke hoer van justitie. Nog veel erger dan die hoeren op de wallen!’ 
Ik kan het niet laten en geef een kleine snauw terug: ‘Zij en ik verdienen op een eerlijke manier hun geld, kan jij niet van jezelf zeggen.’ 

Hij mompelt binnensmonds, iets over geen respect en of m’n vader trots op me is. Ik kan het maar half verstaan en doe voor de verandering geen moeite te antwoorden. 


 
Op het bureau bij zijn fouillering treffen we van alles aan. Ook zijn stashplaats hebben we uiteraard leeggehaald. Mijn collega is heel handig met de drugs testers. En niet veel later hoor ik een verbaasde: ‘Die mafkees gaat vechten voor niks… allemaal neppe troep.’

Verdomme. Al het papierwerk (en dat is gewoon echt teveel voor een zaak als deze) moet wel gebeuren en we hadden zo de hoop dat hij echte drugs bij zich had. We zitten er een beetje mokkend bij. Gelukkig is er altijd een boel te snaaien op bureau Burgwallen (toen nog op de oude locatie, bureau Burgstraat) en ik haal voor ons drieën een zakje chips en een speculaaspop. Met vette vingers en is alles leuker. 

Ik ga de verdachte horen en zijn gebiedsverbod mededelen. Het wordt een redelijk goed gesprek waarin hij onverwachts zijn excuses aanbiedt: 
’Ik vind jou geen hoer hoor, ik was gewoon een beetje boos.’
Ik ben meer onder de indruk van z’n excuses dan van zijn woorden eerder op die dag…
‘Boos is prima, maar als je gepakt wordt, werk dan gewoon mee. Dit ging toch nergens over?’
Ik laat hem mijn keurig gelakte, gebroken pinknagel zien. Hij ziet de humor ervan in en lacht met me mee. Hij vraagt terloops of we hem ook het verzet ten laste gaan leggen. We hadden onderling al besproken dat niet te doen en ik antwoord wederom sarcastisch: ‘Nee, je bent zo’n slappe. Dat kon je toch geen verzet noemen?’

Samen lachen we erom en ik vraag of hij de volgende keer gewoon lekker normaal wil doen…
 
Als ik zijn cel weer dicht doe, vraagt hij nog om een bekertje water.
’Ik heb liever koffie maar die koffie van jullie is echt smerig.’
Ik lach, maar breng hem met een stalen gezicht een beker koffie. ‘Dat is je straf omdat je niet gewoon meewerkt.’
Hij kijkt vol ongeloof het bekertje koffie in. Om zijn blik moet ik keihard lachen en de collega die iets verderop staat ziet er ook de humor van in. Als een boer met kiespijn kan hij nog net ‘dankjewel’ zeggen.
Twee minuten later breng ik hem alsnog zijn bekertje water.



Blauw/geel vloerkleed 
Fast forward naar een ongeveer een week later. Ik was in mijn eentje een rondje aan het fietsen aan het einde van een stille ochtenddienst. Mijn maatje was de administratie aan het doen en ik had geen zin om binnen te zitten. Het miezerde een beetje, maar ik ben niet van suiker en fietste rustig door. 

’Er wordt gevochten met een agressieve winkeldief op het Damrak’ gaat het over de portofoon.
Ik trek een sprint die kant op, hemelsbreed dichtbij. Mijn achterwiel glijdt weg over de gladde steentjes op één van de vele bruggetjes op de wallen. In een nanoseconde lig ik als een blauw en geel vloerkleed languit op de brug. Eventjes gedesoriënteerd, maar niet voor lang.
Ik hoor in m’n oor mijn portofoon tetteren. Dat er collega’s ter plaatse bij de winkeldief zijn, maar graag nog meer collega’s erbij willen, want de dief is behoorlijk agressief. Op de achtergrond hoor ik geschreeuw en een hoop andere herrie. Ik wil overeind krabbelen. Ik lig voor schut als blauw/geel vloerkleed, heb geen idee of ik in kots of pis van de avond ervoor lig en ik wil de collega’s helpen op het Damrak.
Ineens hangt er een bekend gezicht boven me, met een uitgestrekte arm.
‘Ik ben wel een slappe, maar zal ik je overeind helpen? Gaat het of moet ik een ambulance voor je bellen?’ 

‘Mijn collega’s vechten met een winkelboef. Ik wil erheen.’ 

Ik weet niet waarom ik het aan hem vertel maar het is mijn mond uit voor ik er erg in heb. Van dat laatste heb ik vaker last en het werkt niet altijd in mijn voordeel.
Het bekende gezicht trekt een grote grijns. Ik pak zijn hand vast en de spierballen die een week geleden tegen me werkten, trekken me nu zonder moeite van de grond.
‘Je fiets staat daar, hij is nog heel. Hier is de sleutel.’

Ik stap verfomfaaid en een beetje verbouwereerd op de fiets, ook ik ben nog helemaal heel. Nu maar hopen dat niemand deze verschutting heeft gezien. Als ik opstap hoor ik achter me nog: ‘Ik ga zijwieltjes voor je kopen.’
Ik roep terug: ‘Ga eerst maar een fatsoenlijke baan zoeken dan...’
En dan roept hij: ‘Respect voor jullie hoor… echt!’
Met een glimlach en wat aanstaande blauwe plekken ga ik onderweg naar het Damrak. Uiteraard kom ik veel te laat aan.. ‘Puntje voor de inzet’, denk ik bij mezelf…


Posted in not categorized    Tagged with no tags


0 Comments


Leave a Comment
Zoeken

Abonneer

follow on
follow on
follow on
Categoriën